Dit is een uitgave van de Nederlandse Vereniging van Professionele Melkschapenhouders
Jaargang 7 nummer 2, juli 2007
Redactie: Patrick Geukemeijer, Wal 33 6017 BE Thorn
Tel 06-13524307
E-mail patrickgeukemeijer@hotmail.com
Inhoud:
- Van het bestuur.
- Professionalisering Melkschapenhouderij (Vervolg melkschapenvakdagen).
- Melkproductieregistratie: investeren voor beter rendement .
- Kwaliteitsborging voor melkschapenbedrijven.
- Balkende ontvangt schapenkaas.
Van het bestuur
Afgelopen periode is het bestuur twee keer bijeen geweest. Tussentijds is er veelal telefonisch overlegd maar meer nog per mail. Waar zouden we zijn zonder deze digitale berichtenuitwisseling vraag ik me af.
Graag geef ik verantwoording van hetgeen binnen het bestuur aan de orde is geweest.
Veel tijd is besteed aan het verkrijgen van een bijdrage om een vervolg van de succesvolle melkschapenvakdagen, vorig jaar in Zwolle, te kunnen organiseren.
LNV heeft een subsidie toegezegd en eind juni zijn met De Grazerie afspraken gemaakt voor de uitvoering. Verderop in deze nieuwsbrief een toelichting over de opzet en de mogelijkheden voor deelname. Wij hopen dat veel leden hiervan gebruik maken en daarmee hun bedrijf verbeteren. Graag zou ik na twee jaar met een ieder willen vaststellen dat de subsidie goed is besteed.
Andere punten die aan de orde zijn geweest:
Door het bestuur is een reactie geschreven naar aanleiding van de Toekomstvisie Schapenhouderij LTO Nederland. Zie achterzijde brochure.
(www.ltonoord.nl Knop: Belangenbehartiging -- schapen-/geitenhouderij -- informatie vakgroep -- toekomstvisie.)
Samen met de stamboeken was de NVPM met een stand aanwezig op de Dag van het Schaap op 2 juni j.l. te Ermelo. Gelet op de positieve reacties willen we volgend jaar ook weer aanwezig zijn. Voor wie het nog niet weet: Leo de Vos heeft de eerste prijs voor zijn ingezonden kaas gewonnen. Gefeliciteerd met deze prestatie.
Afgelopen maanden is het bedrijfsnetwerk schapenzuivel door het Louis Bolk Instituut opgestart. Daarbij is de bestaande studieclub kostprijs geactiveerd. Daarnaast zijn er deelnemers gezocht voor de themagroep voeding.
Voor de schapenhouderij wordt gewerkt aan het opstellen van een hygiënecode. De NVPM is van mening dat voor melkschapenbedrijven een kwaliteitsprotocol vergelijkbaar met KKM of Kwaligeit beter past. Hierop is positief gereageerd waardoor het voldoende is voor een bedrijf om aan een enkel protocol te voldoen. Verderop in de nieuwsbrief een artikel van Louwrens van Keulen van OCM over deelname aan het borgingsprogramma voor melkschapen.
Verder is gesproken over de afzet van biologisch lamsvlees en de afronding van de melkschapenvakdagen.
De afgelopen maanden heeft de vereniging vijf nieuwe leden mogen verwelkomen. Het spreekt voor zich dat we blij zijn met deze ontwikkeling. De markt vraagt om meer melk en de sector heeft nieuwe bedrijven nodig.
Als bestuur ondersteunen we graag deze ontwikkeling. We hopen met het vervolg van de melkschapenvakdagen daaraan bij te dragen.
Dus: “Neem deel en doe je voordeel”
Namens het bestuur
Jan Craens
Voorzitter.
Professionalisering melkschapenhouderij
(Vervolg melkschapenvakdagen)
Melkschapenvakdagen op 3 en 4 november 2006 te Zwolle.
De vakdagen zijn afgesloten met een tiental conclusies.
Opmerkingen op het gebied van fokkerij, voeding, diergezondheid en bedrijfsmanagement.
Op basis daarvan heeft Eric Verstappen in de ledenvergadering in december zijn visie gegeven over een verdere aanpak.
In het kort:
1. Zorgen dat kennis over het houden van melkschapen gemakkelijk op een centraal punt beschikbaar is.
2. Zorgen dat vragen uit de praktijk gekoppeld worden aan kennis die wereldwijd ter beschikking staat.
3. Zorgen dat op eenvoudige wijze en snel inzicht is in de bedrijfsvoering.
Afgelopen voorjaar is een en ander verder uitgewerkt en is er een subsidieaanvraag ingediend bij het Ministerie van Landbouw voor een bijdrage aan het vervolg van de melkschapenvakdagen en de professionalisering van de melkschapenhouderij.
Begin juni is daarover een positieve beslissing ontvangen en is aan de NVPM een subsidie van € 19.000,- toegezegd. Mits we uit het bedrijfsleven en van de deelnemers ook 19.000,- kunnen financieren.
Eind juni zijn er tussen de NVPM en De Grazerie afspraken gemaakt betreft de uitvoering van de activiteiten en de financiële verantwoordelijkheid.
Waaruit bestaat het plan?
De looptijd is twee jaar tot halverwege 2009.
Twee elementen:
1. Door de Grazerie zal een kenniscentrum worden opgezet.
a. website
b. digitale saldoberekening
c. email nieuwsbrief
d. e-mail helpdesk
2. Per jaar is er een vast programma.
Streven om zoveel als mogelijk aan te sluiten bij bestaande activiteiten. Zoals de projecten bij Louis Bolk, ASG en NVPM
Per onderwerp werkt een groep een bepaald thema uit.
Tijdens de eerste bijeenkomst worden vragen gesteld en doelen geformuleerd.
In een tweede bijeenkomst kan voor de beantwoording de hulp van een deskundige worden ingeroepen.
Tussentijds worden de resultaten gepresenteerd.
Daarna volgen nog twee bijeenkomsten.
Het programma wordt afgesloten met een minisymposium.
Onderwerpen:
1. kostprijs Bij Louis Bolk
2. themagroep voeding Bij Louis Bolk
3. fokkerij NVPM/stamboeken
4. gezondheid ism Gezondheidsdienst
5. afzetbevordering in opstart
Kosten voor deelname is € 250,-/bedrijf.
Voor meer informatie zie: www.grazerie.nl of mail naar eric@grazerie.nl
- - - - - - - - -
Melkproductieregistratie: investeren voor beter rendement
Het nut van melkproductieregistratie (melkcontrole) staat meestal niet ter discussie. De cijfers bewijzen hun dienst bij selectie, fokkerij, voeding en management. Dat desondanks niet alle melkschapenhouders aan melkproductieregistratie (MPR) doen, komt vooral voort uit de hoeveelheid werk die ermee gemoeid is en deels ook uit de kosten van MPR. Er zijn echter momenteel wat ontwikkelingen in de productieregistratie bij melkschapen, die deelname aantrekkelijker maken. Dit artikel gaat in op deze ontwikkelingen.
Sectorgroei en bedrijfsgroei
In agrarische groeisectoren zoals melkschapenhouderij en melkgeitenhouderij, waar ruimte is voor meer afzet, is de eerste reactie van de sector bedrijfsgroei: meer dieren is meer inkomen. Het lijken bijna onstuitbare tendensen te zijn met als voorbeeld de melkgeitenhouderij: de gemiddelde omvang van het melkgeitenbedrijf is in 6 jaar gegroeid van 315 naar 522 geiten. Een dergelijke groei vraagt grote investeringen in gebouwen, machines en apparatuur. Melkstallen halen lang niet hun economische en technische levensduur, want moeten voortijdig vervangen worden door een melkstal met grotere capaciteit. Voor veel geitenhouders betekent dit meer investeringen, meer werk met geen of een beperkte toename van het inkomen. Een zelfde scenario kan er ook komen voor de melkschapenhouderij, als het er al niet is.
Een aantal ondernemers kiest echter niet voor groei in bedrijfsomvang, maar voor groei in productie per dier. Investeren in selectie en fokkerij vraagt weliswaar ook tijd en geld, maar dergelijke investeringen zijn duurzaam en behouden hun rendement op lange termijn.
Productieverhoging
De verschillen in melkgift per dier zijn binnen een bedrijf erg groot. Lactatiewaardes bij de gecontroleerde melkschapen variëren ruwweg van ongeveer 30 tot bijna 200. De lactatiewaarde is een vergelijkingsmaat voor de huidige melkproductie van een dier gecorrigeerd voor leeftijd, lactatiedagen enzovoort. Het gemiddelde van de dieren per bedrijf is 100. Uit de genoemde variatie blijkt dat bepaalde dieren nog niet een derde van het gemiddelde halen en ander dieren bijna het dubbele. Dit geeft aan dat er heel veel ruimte is voor productieverhoging door een goede selectie en een gerichte fokkerij. In eerste instantie zal vooral een goede selectie van aan te houden en uit te stoten dieren vooruitgang in productie geven, op langere termijn zal fokkerij haar bijdrage gaan leveren. Een betere benutting van de cijfers uit de melkcontrole is nog te krijgen door een gezamenlijke aanpak van fokkerij. Dit is één van de hoofddoelen van de nieuwe fokkerijcommissie.
Nieuwe methodes
Bij de melkschapen in Nederland is er momenteel geen organisatie die toezicht houdt op de melkcontrole en die productiegegevens uit de melkcontrole fiatteert. Melkproductieregistratie vindt plaats voor eigen gebruik van de deelnemende melkschapenhouders. Op zich houdt dit ook meteen een waarborg in op een goede uitvoering van de melkcontrole, omdat ze anders zich zelf voor de gek houden. Er is bij de melkschapenhouders geen belang om melklijsten te manipuleren.
In de meeste gevallen wordt elke zes weken een opeenvolgende avond- en ochtendmelking bemonsterd door de schapenhouder zelf (met hulp van familie, buren, vrienden). Dit is de standaardwerkwijze die ook voor runderen en geiten wordt toegepast. Door de ICAR (internationale organisatie die toezicht houdt op productieregistratie en fokkerijmethoden) is voor melkschapen een systeem toegestaan, waarbij vierweeks om en om een avondmelking en een ochtendmelking wordt gemeten en bemonsterd. Deze methode wordt nu al toegepast door twee melkschapenhouders, waarvan één de melkgift van avond- en ochtend noteert maar roterend één van beide melkingen bemonsterd. De tweede schapenhouder registreert ook de melkgift roterend. In dit geval wordt de melkgift per etmaal berekend uit de melkgift per keer, gecorrigeerd voor het aantal uren tussen twee melkingen indien dat van 12 uur afwijkt.
Logischerwijs neemt de betrouwbaarheid van de productieregistratie af als er minder meetpunten zijn. Omdat je met de nieuwe methode compenseert voor verschillen tussen avond en ochtend door afwisselend te scheppen en door correctie voor tussenmelktijden, is de teruggang in betrouwbaarheid beperkt. Als de nieuwe methodiek wel of niet deelnemen aan MPR betekent, is het verschil feitelijk geen gegevens of gegevens met een hoge maar geen maximale betrouwbaarheid. De afweging is dan niet moeilijk. Ook de fokkerij is met meer deelname aan MPR gebaat: meer bedrijven en meer dieren vormen een betrouwbaardere bron bij het bepalen van fokwaardes.
Werkwijze monstername
Bij de standaardmethode worden de monsters van de avond- en ochtendmelking in het zelfde monsterflesje gedaan. Deze werkwijze vereist dat elk dier een eigen monsterflesje aangewezen krijgt, die op volgorde in een rek staan. Bij de nieuwe methode is het mogelijk op volgorde van binnenkomst te werken. Dit voorkomt veel zoekwerk naar het bij het dier horende monsterflesje tijdens het melken. Het nadeel is dat hiermee ook een stuk controle verloren gaat. Op het normale proefmelkformulier zie je snel of een dier niet gemonsterd is, of er nog een lamdatum ingevuld moet worden enzovoort. Bij de nieuwe methode wordt dit vaak pas bij de verwerking duidelijk, waardoor daar meer tijd en nazorg nodig is. Omdat dit nu nog in een ontwikkelfase zit, wordt deze extra arbeid vooralsnog niet in rekening gebracht. Mocht dit systeem breder worden toegepast, zal het wel gebeuren. De extra tijd is overigens erg afhankelijk van de zorgvuldigheid bij het aanleveren van de informatie. In de huidige ontwikkelfase loopt dit overigens goed. Een voorwaarde voor deze werkwijze is overigens wel dat de productiegegevens elektronisch worden aangeleverd.
Elektronische identificatie
Een recente ontwikkeling is het gebruik van elektronische identificatie (eI&R) door middel van een chip in het oormerk of in de maagbolus. Vanaf 1 januari 2007 staat het ministerie toe dat elektronische identificatie gebruikt mag worden voor I&R. Een knelpunt in de professionele schapen- en geitenhouderij vormt nog wel de hoge prijs van de oormerken en bolussen, waardoor een invoering op grote schaal zal wachten op de verplichting tot elektronische identificatie door de EU.
De bolus heeft, bij MPR, het voordeel dat de chip vanuit de melkput is uit te lezen door de reader onder de buik te houden. Voor het uitlezen van een oormerk met chip moet je of voor het dier staan of een lange antenne hebben. Het nadeel van de bolus is anderzijds wel dat deze niet op jonge leeftijd kan worden ingebracht. De kleinste versie van de bolus (mini-bolus) kan vanaf een gewicht van 12 kg worden ingebracht, de grote versie voor kleine herkauwers (midi-bolus) kan vanaf de leeftijd van een half jaar worden ingebracht.
Het voordeel van het gebruik van een reader is in ieder geval dat het aantal fouten vermindert: de reader maakt geen lees- of schrijffouten en waarschuwt als je een dier twee keer wilt uitlezen. Eén van de testbedrijven werkt nu ook met een reader bij het vastleggen van de diernummers en melkgift bij de proefmelking.
Deelname bevorderen
Dit artikel is geschreven op verzoek van de fokkerijcommissie van het NVPM. Hun belang is om meer productiegegevens van de melkschapen te krijgen, waardoor de betrouwbaarheid van de fokkerijgegevens toeneemt.
De melkschapenpopulatie is klein, inteelt dreigt en het aanbod aan fokmateriaal met een betrouwbare genetische aanleg is beperkt. Door meer dieren en meer bedrijven in de MPR zal het aantal fokdieren met een berekende fokwaarde toe kunnen nemen en zal tevens de betrouwbaarheid van de fokwaarde toenemen. Dit laatste komt omdat er meer nakomelingen en familieleden op verschillende bedrijven getest gaan worden.
Door goede fokkerij-informatie en de toepassing daarvan is een vooruitgang in genetische aanleg en in productie van de melkschapen mogelijk. In plaats van meer dieren te houden en te melken kan dan meer melk geproduceerd worden met minder dieren, wat gunstig is voor het bedrijfsresultaat.
Met behulp van de nieuwe methodes en techniek is deelname aan melkproductieregistratie aantrekkelijker geworden. Het tweede doel van dit artikel was dan ook deze vernieuwingen onder de aandacht te brengen. Mocht verdere uitleg en/of informatie nodig zijn, kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Erik Schuiling
(tel. 0525-621959; email schuilin@worldonline.nl)
- - - - - - - - -
Kwaliteitsborging voor melkschapenbedrijven
Aantoonbare kwaliteit op uw gehele bedrijf |
|
Voedselveiligheid boerderijmelk Europees verankerd
Per 1 januari 2006 zijn de Europese Hygiëneverordeningen (hygiënepakket) voor u van toepassing. Deze verordening bepaalt dat u als zuivelbereider en melkschapenhouder producent bent van voedsel.
De bewaking van melk- en zuivelkwaliteit is gebaseerd op product- en procescontrole. Bij productcontrole wordt een monster genomen dat wordt geanalyseerd in een laboratorium. Bij procescontrole wordt nagegaan hoe een product tot stand komt. De werkwijze van de producent staat centraal. De Europese verordeningen vragen u aantoonbaar te maken hoe u uw werkwijze ten aanzien van de kwaliteit van de boerderijmelk heeft geborgd. Daarbij wordt een relatie gelegd met mogelijke risico’s ten aanzien van voedselveiligheid en diergezondheid.
Namens de overheid is het COKZ belast met het toezicht op het hygiënepakket uit Brussel. Zij controleren de kwaliteit van uw verwerkingsproces en op welke wijze uw boerderijmelk is geborgd.
Over de werkwijze op de boerderij komen de volgende aspecten aan de orde: algemene bedrijfshygiëne, gebruik diergeneesmiddelen, gezondheid van dieren, voer en water en melkwinning. Bundeling van deze normen heet een borgingsprogramma boerderijmelk.
OCM heeft een borgingsprogramma voor de melkschapenhouderij ontwikkeld. Hiermee voldoet u voor de boerderijfase aan het hygiënepakket en vereenvoudigt het toezicht door het COKZ. Vergelijkbare programma’s voor de melkkoeien (KKM) en melkgeiten (KwaliGeit) kunt u raadplegen op onze website (www.ocmonline.nl).
Bij belangstelling voor deelname aan het borgingsprogramma voor melkschapen kunt u contact opnemen met OCM te Leusden (tel: 033 – 4965686). U kunt dan vragen naar Arjo Olsman of ondergetekende. Wij zijn u graag van dienst.
Louwrens van Keulen
Directeur OCM
- - - - - - - - -
Melkschapen in Israël
Verslag van een studiereis door Alex Kuiper.
Twee weken geleden ben ik uitgenodigd om mee te gaan naar Israël om daar wat van de melkschapenhouderij te bekijken. Ik vind het altijd leuk om bij een ander te kijken, dus waarom ook niet.
Degene die mij mee vroeg wil in Zuid-Afrika een melkschapenhouderij beginnen, maar daar zijn geen geschikte schapen. De schapen zoals we ze in Nederland hebben kunnen niet tegen het warme klimaat. De dieren die o.a. in Israël worden gehouden zouden wel tegen dat klimaat moeten kunnen.
Het melkschaap in Israël heeft van oorsprong de Awassie, dit is een woestijnschaap.
Dit ras hebben ze gekruist met een Fries melkschaap, de Assaf. De Assaf is 3/8 melkschaap en voor 5/8 Awassie. Als er meer melkschaap in de kruising zit, houd het dier geen stand in de warmte.
De bedrijven die we bezochten molken tussen de 600 en 1000 dieren.
De productie per lactatie is rond de 500 kg, alleen de lactatie duurt maar 180 dagen, dan gaan ze 60 dagen droog en dan de volgende lactatie. Op deze manier hebben ze dus 3 lactaties in 2 jaar.
Dit doen ze omdat de schapenmelk gequoteerd is en vraag naar het vlees van Assaf schapen goed is. Meer melk mogen ze toch niet leveren, maar ze hebben wel meer lammeren die allemaal op de bedrijven worden afgemest tot ong. 60 kg.
De inkomens op die bedrijven wordt voor de helft gevormd door melkopbrengst, en voor de helft vlees opbrengst.
Tot zover wat leuke feiten over een melkschapensector in heel andere omstandigheden.
Wat ik daar op die bedrijven verder tegen kwam was elektronische melkmeting. Deze melkmeters zijn speciaal voor schapen.
De ervaringen van de gebruikers waren zeer positief, ze hebben een schat aan informatie van ieder dier. Hiermee kunnen ze uitstekend selecteren.
Ik heb contact gehad met een bedrijf die de meters en de bijbehorende software maakt.
Zelf heb ik daar interesse in, maar in Nederland worden ze nog niet geïmporteerd.
Een Nederlandse importeur heeft mij de vraag gesteld of er nog meer schapenmelkers in geïnteresseerd zijn, en zo ja dan kan dit misschien gezamenlijk naar Nederland gehaald worden.
Ik denk dat het voor die bedrijven interessant is die nu tegen het tijds- en het arbeidsprobleem oplopen bij de melkcontrole.
Bij deze dus de vraag of er melkers zijn die interesse hebben in zo´n systeem?
Zo ja, dan kunt u mailen naar: wpkuiper115@zonnet.nl
Informatie in het Nederlands is niet beschikbaar, maar er is wel een website waar dit product op staat: www.afimilk.com.
- - - - - - - - -
Balkenende ontvangt schapenkaas
Woensdag 11 juli heeft de Minister-president Jan-Peter Balkenende een bezoek gebracht aan Texel. Het programma stond in het teken van duurzaam ondernemen. Tijdens het ontbijt sprak hij met vertegenwoordigers van de stichting Duurzaam Texel. Daarna ging hij naar schapenboerderij De Waddel van de familie Bakker.

|
De pers mocht niet mee het erf op van De Waddel, maar om de fotografen te plezieren, poseerde Balkenende op de valreep nog even samen met schapenfokker Jan-Willem Bakker en één van diens toprammen in de voortuin van de boerderij. |
Jan-Willem Bakker:
Vandaag hebben wij Jan-Peter Balkenende op bezoek gehad. Zijn bezoek stond in het teken van duurzaamheid. Wij proberen onze boerderij te runnen op een manier waarbij duurzaamheid een grote rol speelt. Naast zuinig omgaan met energie en milieubewust leven, proberen wij ook een duurzaam schaap te fokken. Daar waar de Texelaar vanaf de jaren tachtig extreem op luxe werd gefokt, gingen wij tegen de stroom in en bleven gaan voor een vitaal en functioneel schaap. We hebben de minister-president uitleg gegeven over onze opvattingen betreffende duurzaamheid. Zo heeft hij gekeken naar onze kachel (Finse bakoven) die zeer energiezuinig is, de zonneboiler, die gebruikt wordt om het water voor de kaasbereiding op te warmen en onze eigen afvalwaterzuivering. Verder hebben we hem verteld hoe onze fokkerij in elkaar steekt.
Zo'n 150 ooien worden gehouden voor de melkerij. Van de melk wordt op het bedrijf echte Texelse schapenkaas gemaakt met zijn eigen karakteristieke smaak. De kaas is tussen mei en oktober te verkrijgen aan huis...

...met ministeriële goedkeuring...
Wij hebben ons gespecialiseerd in het maken van schapenkaas. De kudde bestaat voornamelijk uit Texelaars, een klein deel is afkomstig uit kruising met het Friese melkschaap. Nadat de lammeren de eerste tien tot twaalf weken bij de moeders gezoogd hebben, worden de schapen gemolken. Schapenkaas van De Waddel wordt gemaakt volgens een traditioneel Texels recept. De kaas wordt geserveerd in verschillende restaurants en is tussen half mei en half oktober bovendien verkrijgbaar aan de boerderij.
Voor meer informatie zie: http://www.dewaddel.nl/
|